Alle lampen op straat lijken wel feller te schijnen. Maar die schijn is maar schijn, er dreigt onweer, dus het natuurlijk licht is gedimd. Ik zit te wachten voor het stoplicht maar nog achter de politiewagen. Een Golf met parkeersensoren, netjes meegespoten in het witte lak van de bumper. De agent in kwestie heeft blijkbaar moeite met achteruit inparkeren. Wordt gewoon gefaciliteerd door de afdeling motorvoertuigen. Zodra “lane-assist” beschikbaar komt in de Golf kunnen de wat dromerige collega’s ook ondersteund worden. Blijven ze netjes binnen de lijntjes rijden.
Ik ben op weg naar de notaris om onze testamenten definitief vast te stellen. Deze keer niet gekeken op www.degoedkoopstenotaris.nl maar gewoon een dicht bijzijnde notaris in de buurt opgezocht. Voor het gemak. Want chic en vooraanstaand is de notaris al lang niet meer. Althans, sinds ik verhuisde uit het dorp waar ik mijn vijfde verjaardag vierde. De notaris is er een met een rode halve bril, afgeleide blik en driehoekig sikje onder zijn onderlip. Dat heet een goatie. Hij probeert er nog een showtje van te maken. Volgens mijn broer kan ik beter een combinatietestament laten opstellen. Daar had de notaris nog niet aan gedacht. Of ik wellicht een voorbeeld voor de tekst zou kunnen emailen? Onze vorige notaris stotterde. Gelukkig hanteerde hij een vast tarief.
Afgeslagen naar links, ruitenwisser aangezet. Het lijkt alsof ik watten in mijn oren heb, maar er zijn gewoon niet zoveel mensen op straat vanochtend. Ik heb de radio ook niet aanstaan, vandaar. De pastoor en burgemeester staan nog op hun voetstuk denk ik. Sinds mijn veertiende of zo heb ik contact met een pastoor weten te minimaliseren tot een incidentele hostie. Hup, amen en door. En in Leiden is de gekozen burgemeester nog niet doorgedrongen. Ik parkeer mijn auto in het vak, de stilte wordt verbroken door piepjes in een oplopend tempo. Waar heb ik mijn paraplu nu weer gelaten?
Een voor een vallen mijn zintuigen weg. Ik merk het wel, maar kan er niet veel mee. Geluid op de achtergrond niet luid genoeg. Bewegingen in mijn ooghoek niet bewegelijk genoeg. Fris in mijn glas niet fris genoeg om mijn dorst op te wekken. Wel zijn mijn ogen op hun scherpst om maar zoveel mogelijk licht op te vangen. Of donker, als het maar tot een oplossing leidt.
Die komt er af en toe ook wel, dat is het verraderlijke. Net genoeg brandstof om het te blijven proberen, om het niet op te geven. Ondertussen tikt de klok door, ergens merk ik wel dat de grote wijzer versnelt, maar ik kan mijn aandacht er niet door laten afleiden. Zo moet de bejaarde zich voelen die haar AOW in laatste kwartjes door de eenarmige bandiet heen jaagt. De aanvaller die achter staat, in de laatste minuut van de verlenging. De uitgehongerde wolf.
Dan breekt mijn hoofdpijn door en kom ik langzaam weer de wereld in. De prooi verdwijnt aan de horizon. De speeltijd voorbij en bejaarde blut. Windows heeft het gewonnen van mijn computerkennis, mijn doorzettingsvermogen en mijn wil. Ik krijg mijn computer echt niet meer aan de praat en moet een nieuwe gaan kopen.
Gevaarlijk hoe je langzaam verdwijnt als je koste wat kost wilt winnen.
Je kunt de wind volgen van spandoek naar oplevende kapsels en het gebibber van mijn buurman.
Je ziet het, maar je doet er niks aan.
Het voetbalstadion is vol toeschouwers. De trouwe supporter, de avond toerist, de tegenstander, de journalist. Middenvelder kijkt niet helder want zag even niet de opkomende spits. Succes trainer blikt op zijn aantekeningenblok. Keeper ziet het veldoverwicht zonder dat ze daadwerkelijk gevaarlijk worden. Scheids kijkt op zijn horloge.
Supporters zagen het niet aankomen. Elke week wordt er een nieuwe teleurstelling toegevoegd aan het palmares.
Je ziet het, maar je doet er niks aan.
Wie ziet de oplossing om de vrije val te stoppen? Niemand, je lost niets op met kijken. Ogen zijn een overgewaardeerd orgaan van ons lichaam. Voetbal is toch een duidelijke samenvatting van het spel zou je zeggen. De ogen schieten toch geen bal vooruit? De ogen maken toch geen schijnbeweging?
Het zijn de ogen van Van Gaal die het verpest hebben. Niet de rode blos op zijn wangen of zijn bulderende stem. De visionair die iedereen in zijn voetbalvisie meesleept.
Iedereen wil kijken zoals hij dat kan, maar langzaam vergeten ze de kunst van het voetballen. Dat je een man passeert zonder na te denken zonder te kijken, gewoon doen. Dat je beweegt naar waar de tegenstander niet staat, gewoon door te bewegen. De tijd van Van Gaal is verstreken en er mag geen vervanger komen. De stadionlichten moeten gedimd worden. De supporters moeten weer gaan schreeuwen, de scheids gaan fluiten. De spelers weer gaan spelen. Dan gaan ze vanzelf weer winnen.
Ze doen het, maar je ziet er niks aan.
Vreemd hoe mijn leven verandert. Ik sta er bij en kijk er naar. Of liever gezegd, ik ruik er naar. Hollandse dampende pot.
Ik probeer door de beslagen ruit van mijn keukendeur naar buiten te kijken. Lukt natuurlijk niet. Die fucking aardappelen staan al een kwartier te pruttelen. Al sinds ik op kamers ben gegaan zijn ze van de menukaart afgehaald. Die droge dampende dodo´s wilde ik nooit meer eten. Pasta smaakt veel beter door de varieteit, het eigen karakter, Italiaanse verfijnde smaak in plaats van de Hollandse stamper. Veertien jaar heb ik dat zo gehouden, tot een maandje of zo geleden.
Ik heb een schilmes bij de supermarkt gekocht. Ben gaan schillen en putten proberen eruit te wippen. Zo van mesje schuin houden, rondje draaien om de pit er uit te halen. Er achter komen dat er onder de pit een onderaards gewelf van rottend donker aardappel zit dat zich er niet laat uitpitten. Dan maar aardappel halveren en hopen op het uitblijven van nieuwe ontdekkingen. Vijf kilo schillen verder gooi ik de resterende pond met persoonlijke koudwatervrees dan maar in de pan.
Zijn die veertien jaar voor niets geweest? Smaak ontwikkeld, wijntjes, coole gerechtjes, dingetjes uit Marokko, beetje Mexicaans, effen snel wat slowfood in elkaar flansen, je weet wel. Allemaal ingeleverd?
Voorlopig wel. Vrouwlief kreunt om zuurkool met worst danwel andijviestamp of hutspot. Heeft ontdekt dat gekookte aardappelen ideaal zijn om misselijkheid te voorkomen. Soort specie om de maagwand dicht te metselen. Nog een week of vierentwintig en dan is het feest. Ook op culinair vlak hopelijk.
We zijn in blijde verwachting.
Het is een van de oudste vragen uit de geschiedenis van de man: “Wie heeft de grootste?” Het moet ooit begonnen zijn met een knuppel om een vrouwmens neer te slaan zodat ze naar de grot gesleept kon worden. Grotere knuppels kwamen harder neer, hetgeen vrouwenjagen tot een efficiëntere bezigheid ontwikkelde. Dat wilde de buurman van grot 2b natuurlijk ook. Buurman en “wie heeft de grootste?” zijn complementair. “Wie heeft de grootste?” kreeg via de evolutie betrekking op een groeiend aantal objecten, waarvan de lichamelijke knuppel en de auto stand hebben gehouden in de moderne tijd.
We zitten qua evolutie inmiddels op internet 2.0. Nog steeds zijn buurmannen de sleutel tot de evolutie. De essentie van internet 2.0 is dat Gupta Kamil uit Lahore (India) je buurman is, net als Leno Yang uit China. Als je weinig contact hebt met je buren dan is er op zich geen probleem. “Wie heeft de grootste” is echter een onvermoeibare vraag op zoek naar nieuwe antwoorden en heeft dus ook betrekking op contact met je buren. Klinkt “wie heeft de grootste lijst met buren” je onwaarschijnlijk in de oren? Dan ben jij het in ieder geval niet.
Een van de succesnummers van internet 2.0 is www.linkedin.com. Dit is een site waar je antwoord kunt geven op de vraag: “Wie heeft het grootste curriculum vitae?”. Dat is wel een aardige vraag, maar zonder kijkende buurmannen gebeurt er niet zoveel. Gelukkig is internet barstensvol met buurmannen, dus de nieuwe vraag is: “Wie heeft het grootste lijstje aan buren met een curriculum vitae?”. Netwerken voor neuroten. Het stadium van handenschudden en voorstellen met je naam is geminimaliseerd tot het sturen van een mailtje met een linkje, druk je op “accept” dan heb je er een buurman bij. Vervolgens kun je dagelijks bijhouden hoeveel nieuwe buurmannen jouw buurmannen maken. Toch enige onrust als je zelf niet 3 nieuwe buurmannen per dag creëert. De goeroes krijgen een eervolle vermelding op www.toplinked.com. Op dit moment staat Ron Bates bovenaan met 33,540 buren. Ron Bates is headhunter. Wat dat betreft is er toch weinig veranderd sinds het vrouwenjagen. Beter een verre vriend dan een goede buur. Stuk rustiger.
Ik moest vaak grinniken om die filosofisch ingestelde wereldreizigers. Volgens de een was reizen in essentie nooit aankomen. Volgens de ander was het afscheid nemen van het bekende. Nou, het is in ieder geval niet het afscheid nemen van bekenden. Vandaag is zo'n dag die het reizen anno 2007 kenmerkt. Op mijn mobiel verschijnt de volgende SMS van Martijn: kom net na een paar dagen zonder bereik uit jungle tocht. email je binnenkort langer verslag, ciao. Vroeger tekende ik een zonnetje op een ansichtkaart voorzien van het aantal graden celcius. Dat was de kern van het avontuur, samen met groeten uit Belgie dan. Nu komt de adrealinekick van twee dagen mobiel zonder bereik. Dan is er nog het internetcafe. In mijn emailbox vind ik een update van Marco & Henriette. Ze zijn op wereldreis. En dat mogen de thuisblijvers met popcorn op hun schoot meebeleven. Via www.marcoenhenriette.waarbenjijnu. Sprak ik eerder over de terreur van nu.nl, dit is de evolutie van terreur. Voor de digibeten onder u zal ik de internetsite samenvatten. Linksboven landkaartje met knipperende stip. Rechtsboven de laatste geinige column van Marco of Henriette. Linksonder eenregelig trots commentaar van Tante Truus en Oom Eef. Rechtsonder vakantiefotos. Hoe ver kunnen we nog gaan? De kat kan tegenwoordig geimplanteerd worden met een chip zodat bij vermissing een zoektocht op touw gezet kan worden in Google Earth. Men hoeft dus geen Jules Verne te zijn om een blik in de toekomst van het reizen te werpen. Gelukkig bevinden wij ons in goed gezelschap. U bent net als ik natuurlijk dit stadium allang voorbij. Wij gaan op reis om nooit meer aan te komen, nemen afscheid van het bekende. Gewoon in die witte plastic stoel. Op de stoeptegels in de achtertuin. In het luchtledige starend. En hopend dat er niemand bij de voordeur aanbelt.
Chris Rood
304 woorden
Het is simpel: neem een kerel zijn jongetje niet af. Nee ik heb het niet over zijn orgaan ter reproduktie. Ik heb het over zijn ziel, of eigenlijk gewoon mijn ziel. Maar daarmee niet onbelangrijk, stelletje opportunistisch kortzichtige journalisten. Alles is terug te herleiden tot je achtste geboortejaar. De rest van je leven is gepiel in de marge, afgeleiden, aftreksels, afijn laat ik verder gaan. Ik geloof dat het hoogtepunt in 1981 lag. Vage beelden van succes, onbewust genestelde ontploffingen van gejuich. Daarna verval. Er viel wat meer uit te leggen over mijn voorkeur. Later degradeerde ik tot een zonderling, een verliezer. Achtervolgd door de politie. Tegen beter weten in blijven hopen. Dat is mooi.
Zesentwintig jaar later op een daadwerkelijke zondag sta ik in Kralingen te kijken. Elke sportjournalist jubelt over voetbal uit Alkmaar. Mijn club is niet langer in schaarse handen. Een nieuwe victorie zou niet meer mis kunnen gaan. Een halve week later is het weer even stil als vroeger, toen ik nog wat uit te leggen had. Het jongetje van acht blijft de kampioen. En hopen blijft mooier dan winnen.
Chris Rood
3 mei 2007
192 woorden
Terwijl buiten de temperatuur dreigt te stijgen tot boven 20º C. ontkom ik er niet aan om de foto's en de bewegende beelden van ons weekendje op sloomvoedsel te zetten.
Jammer dat we geen foto van de 'Rießen' visstick of de gekookte groente van het ontbijt op sloomvoedsel kunnen zetten, maar deze beelden zullen ook de glimlach op ons gezicht toveren.
De andere herinneringen die we niet moeten vergeten zijn natuurlijk: de vriendelijke manager die ons wakker belde en dat wij hem als dank ook wakker hebben gebeld, Erich 'Bananenhaltung', de ijsberen, cultuur in Istanbul en natuurlijk de vriendelijke vrienden uit de Bierhimmel.
De levensvraag die mij sinds deze trip nog bezig houdt is: hoe kan een heenreis met regen en sneeuw minder zwaar zijn dan een zonnige terugreis.
De machine staart mij licht triomfantelijk aan met een beklemmende beugelbek. Ik heb het geduld niet, noch de gebruiksaanwijzing voor een Heimlich procedure. "Dit moet de lade zijn", ontpopt het idee, waarna mijn hoofd in een reflex naar rechts en een hoeveelheid zilvergrijze tanden naar links schieten op zoek naar ander voedsel. Ik noteer weer het goede voornemen om een pauze in te lassen tussen idee en daad, onder een instelling van geduld. Bewapend met een zonnebril en een vers afgekloven bic inspecteer ik als amateur orthodontist de stalen kaak. Er moet hoognodig gewisseld worden want het stadium van zilvergrijze melktandjes is al geruime tijd voorbij. Ik besef wat de uitvinder inspireerde tot haar naam: nietmachine. Een machine wordt geacht een bepaalde werking of functie te verrichten. Het blijk van valsheid, onpraktische instelling en weigerachtigheid doet het donkerste van haar vrouwelijke aard vermoeden. Indien er hier geen sprake is van een machine, wat dan wel, vroeg ik mezelf af. Nietmachine maar welberekenend in het frustreren van mijn administratieve lasten, die toch al op mijn schouders drukken en vervelende gesprekjes voeren met mijn geweten. Nietmachine maar welvarend door onnodig rondsproeien van haar tanden, waarvan met geluk zo'n tien procent zich vastbijt in de daartoe bestemde stapels papier. Nietmachine maar weldadig voor de zachte handen van geduld die haar bevrijden van haar verwrongen beugeltje en een nieuwe glimlach mogelijk maken. Ik ben doorgedrongen tot haar gebruiksaanwijzing en zal haar niet meer met de mond vol tanden laten staan. Ik pak het juiste doosje bruine nietjes en fluister geruststellende woordjes.
Chris Rood
3 april 2007
naar aanleiding van onderstaand krantenartikel:
Zijn handen jeuken. Niet omdat hij hem een klap voor z'n groenlinkse harses wil geven. Hij is goed bekend met rattengedrag, al sinds hij in Lisse met zijn vader langs de sloten kroop. Wachtgeld, bonussen en verrijking aan de top. Maakt niet uit of het politiek of bedrijfsleven is, het blijft mensenwerk. Zijn handen jeuken nu toch echt behoorlijk. Statenlid uit de achterhoek. Staateenlid klinkt toch wat te fier voor een impotente rol als provinciesuffert. Uit de achterhoek. Vergane glorie uit de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Niet te harden die handen, blijft onder de kraan gewoon door jeuken. Over impotentie gesproken, als er nog één glorie overeind staat sinds 1581 is het wel de tulpenbol. Voor het eerst geplant in de Hortus Botanicus van Leiden ten tijde van de verenigde provincien. Hij vult zuchtend een nieuwe juten zak rechts van hem met schoongepelde bollen. Ja, zo noemde zijn vader het vroeger al: "links lullen, rechts vullen".
Chris Rood
14 maart 2007
on DSC00639